LAAN

 

In 1994 voltooide Jacob Baars het project LAAN, dat in opdracht van het CBK, Rotterdam werd uitgevoerd. Het bestaat uit twee onderdelen: een loden en een papieren.
Het eerste gedeelte wordt gevormd door 156 loden bladen van 24,5 x 45 cm. Van elke boom in de Mathenesserlaan in Rotterdam is een blad geplukt en zorgvuldig genummerd. Van ieder afzonderlijk blad is hierna onder hoge druk een afdruk gemaakt in de loden bladen. Voor de eenmalige presentatie zijn deze bladen in de juiste volgorde aan rekken opgehangen, de afdrukken van de zuidzijde links en van de noordzijde rechts. Na het maken van de foto's zijn de rekken vernietigd en zijn de loden bladen in kistjes opgeslagen.
Het papieren gedeelte is een vouwblad in een oplage van 156 exemplaren. Naast een aantal teksten handelend over het gebruik van de natuur in een door mensen gemaakte omgeving, is in elk vouwblad één van de genummerde bladeren opgenomen.

 

Hoeveel
meer dan een weg omzoomd met bomen is een laan? Recht dient hij te zijn, doelbewust, tussen de bomenrijen in het gefilterde licht een eigen wereld vormend. Er worden verwachtingen gewekt omtrent een begin en een einde, beloftes liggen op de vluchtpunten van de door regelmaat getrokken lijnen. In de stad zou hij rust kunnen geven en de stratenplannen kunnen ordenen. Worden de bomen misbruikt door façade te zijn, camouflage van de hoekigheid?
We
kunnen het de bomen niet aanrekenen, vooralsnog doen die hun best, maar hier en daar wil het de Mathenesserlaan niet lukken meer te zijn dan een beschaduwde parkeergoot. Voor de knorrende beesten blijkt de schaduw van de bladeren nog op te wegen tegen de hinderlijkke obstakels die de stammen vormen. De laan bestaat uit fragmenten en aanzetten, te vaak doorsneden, te veel verandering in ruimte en omgeving om een solitaire grandeur te verkrijgen. In de oudere huizen is de statige bedoeling nog te zien, stuk voor stuk ontworpen en met ambachtelijke handen opgemaakt. Bijna statig zijn soms de bomen, maar niet oud en vol genoeg en ze hebben niet de ruimte.

Je moet laat zijn, of is het vroeg?,
- de tijd dat de katten op een sukkeldrafje schuin de straten oversteken -,
om je een Mathenesserlaan voor te kunnen stellen zonder druk verkeer. Sluit maar af, breek het asfalt, voer de stenen weg en laat slechts zanderige paden langs de trambaan lopen. Zouden in die stilte de twee flauwe bochten niet veel meer de verbeelding tarten? En zouden de huizen niet dankbaar zijn om weer op aarde te staan? En aan zijn einde zou de laan ontluiken tot een horizon.
Het is aangenaam om 's zomers onder de takken door te fietsen en de beweeglijke lichtspatten op het wegdek langs te zien trekken; of om in de schaduw van een boom te wachten, even voor het stoplicht. Het genoegen is onvervangbaar om in het najaar tijdens het rijden begeleid te worden door het ruisende geknisper wanneer, voor de veegploeg uit, weer een hoop bladeren doorkruist wordt. Maar wat een treurnis ook, om in de namiddag-grauwigheid rond het oranje licht van een straatlantaarn, de laatste wanhopige bladeren te zien hangen,
in de zachte regen.
Van iedere boom in de laan heb ik één blad verzameld en gekoesterd. Ik heb ze aandacht en een eigen plaats geschonken. De oneerlijke onvolmaaktheid van de laan heb ik teniet willen doen.